🇳🇱 aanbevelen

to recommend

Dutch Irregular

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd Actions happening now or regularly
Person English Conjugation
ik I beveel aan
jij/je you (informal) beveelt aan
hij/zij/het he/she/it beveelt aan
wij/we we bevelen aan
jullie you all bevelen aan
zij/ze they bevelen aan

Simple Past

Onvoltooid verleden tijd Completed actions in the past
Person English Conjugation
ik I beval aan
jij/je you (informal) beval aan
hij/zij/het he/she/it beval aan
wij/we we bevalen aan
jullie you all bevalen aan
zij/ze they bevalen aan

Want to actually remember these?

VerbPal drills "aanbevelen" in real Dutch sentences using spaced repetition.

Try VerbPal Free

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd Completed actions with present relevance
Person English Conjugation
ik I heb aanbevolen
jij/je you (informal) hebt aanbevolen
hij/zij/het he/she/it heeft aanbevolen
wij/we we hebben aanbevolen
jullie you all hebben aanbevolen
zij/ze they hebben aanbevolen

Past Perfect

Voltooid verleden tijd Actions completed before another past action
Person English Conjugation
ik I had aanbevolen
jij/je you (informal) had aanbevolen
hij/zij/het he/she/it had aanbevolen
wij/we we hadden aanbevolen
jullie you all hadden aanbevolen
zij/ze they hadden aanbevolen

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd Actions that will happen
Person English Conjugation
ik I zal aanbevelen
jij/je you (informal) zult aanbevelen
hij/zij/het he/she/it zal aanbevelen
wij/we we zullen aanbevelen
jullie you all zullen aanbevelen
zij/ze they zullen aanbevelen

Conditional

Onvoltooid verleden toekomende tijd Hypothetical situations and polite requests
Person English Conjugation
ik I zou aanbevelen
jij/je you (informal) zou aanbevelen
hij/zij/het he/she/it zou aanbevelen
wij/we we zouden aanbevelen
jullie you all zouden aanbevelen
zij/ze they zouden aanbevelen

Master Dutch verbs for real

Stop memorizing tables. Start speaking with confidence.

Try VerbPal Free

7-day free trial. Cancel anytime.