aanbevelen

to recommend

Dutch Irregular

The Dutch verb "aanbevelen" means "to recommend" in English. It is an irregular verb. Below you'll find the complete conjugation tables for "aanbevelen" across all 6 tenses.

How to Conjugate "aanbevelen" in the Present Tense

Onvoltooid tegenwoordige tijd Actions happening now or regularly
Person English Conjugation
ik I beveel aan
jij/je you (informal) beveelt aan
hij/zij/het he/she/it beveelt aan
wij/we we bevelen aan
jullie you all bevelen aan
zij/ze they bevelen aan
Zij beveelt deze film aan bij vrienden.
She recommends this movie to friends.

How to Conjugate "aanbevelen" in the Simple Past Tense

Onvoltooid verleden tijd Completed actions in the past
Person English Conjugation
ik I beval aan
jij/je you (informal) beval aan
hij/zij/het he/she/it beval aan
wij/we we bevalen aan
jullie you all bevalen aan
zij/ze they bevalen aan
Zij beval de nieuwe film aan bij iedereen.
She recommended the new film to everyone.

Want to actually remember these?

VerbPal drills "aanbevelen" in real Dutch sentences using spaced repetition.

Try VerbPal Free

How to Conjugate "aanbevelen" in the Present Perfect Tense

Voltooid tegenwoordige tijd Completed actions with present relevance
Person English Conjugation
ik I heb aanbevolen
jij/je you (informal) hebt aanbevolen
hij/zij/het he/she/it heeft aanbevolen
wij/we we hebben aanbevolen
jullie you all hebben aanbevolen
zij/ze they hebben aanbevolen
Zij heeft het restaurant aanbevolen.
She has recommended the restaurant.

How to Conjugate "aanbevelen" in the Past Perfect Tense

Voltooid verleden tijd Actions completed before another past action
Person English Conjugation
ik I had aanbevolen
jij/je you (informal) had aanbevolen
hij/zij/het he/she/it had aanbevolen
wij/we we hadden aanbevolen
jullie you all hadden aanbevolen
zij/ze they hadden aanbevolen
Hij had het restaurant aanbevolen.
He had recommended the restaurant.

How to Conjugate "aanbevelen" in the Future Tense

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd Actions that will happen
Person English Conjugation
ik I zal aanbevelen
jij/je you (informal) zult aanbevelen
hij/zij/het he/she/it zal aanbevelen
wij/we we zullen aanbevelen
jullie you all zullen aanbevelen
zij/ze they zullen aanbevelen
Zij zal het restaurant aanbevelen.
She will recommend the restaurant.

How to Conjugate "aanbevelen" in the Conditional Tense

Onvoltooid verleden toekomende tijd Hypothetical situations and polite requests
Person English Conjugation
ik I zou aanbevelen
jij/je you (informal) zou aanbevelen
hij/zij/het he/she/it zou aanbevelen
wij/we we zouden aanbevelen
jullie you all zouden aanbevelen
zij/ze they zouden aanbevelen
Hij zou de wijn aanbevelen.
He would recommend the wine.

Frequently Asked Questions About "aanbevelen"

Is "aanbevelen" regular or irregular in Dutch?
"Aanbevelen" is an irregular Dutch verb, meaning its conjugation does not follow standard patterns and must be memorized individually.
What does "aanbevelen" mean in English?
The Dutch verb "aanbevelen" means "to recommend" in English.
How do you conjugate "aanbevelen" in the present tense?
In the present tense (Onvoltooid tegenwoordige tijd): ik → beveel aan, jij/je → beveelt aan, hij/zij/het → beveelt aan, wij/we → bevelen aan, jullie → bevelen aan, zij/ze → bevelen aan.
How many tenses does "aanbevelen" have in Dutch?
"Aanbevelen" is conjugated across 6 tenses in Dutch: Present, Simple Past, Present Perfect, Past Perfect, Future, Conditional.

Master Dutch verbs for real

Stop memorizing tables. Start speaking with confidence.

Try VerbPal Free

7-day free trial. Cancel anytime.