aanbieden

to offer

Dutch Irregular

The Dutch verb "aanbieden" means "to offer" in English. It is an irregular verb. Below you'll find the complete conjugation tables for "aanbieden" across all 6 tenses.

How to Conjugate "aanbieden" in the Present Tense

Onvoltooid tegenwoordige tijd Actions happening now or regularly
Person English Conjugation
ik I bied aan
jij/je you (informal) biedt aan
hij/zij/het he/she/it biedt aan
wij/we we bieden aan
jullie you all bieden aan
zij/ze they bieden aan
Hij biedt ons een drankje aan.
He offers us a drink.

How to Conjugate "aanbieden" in the Simple Past Tense

Onvoltooid verleden tijd Completed actions in the past
Person English Conjugation
ik I bood aan
jij/je you (informal) bood aan
hij/zij/het he/she/it bood aan
wij/we we boden aan
jullie you all boden aan
zij/ze they boden aan
Hij bood zijn excuses aan.
He offered his apologies.

Want to actually remember these?

VerbPal drills "aanbieden" in real Dutch sentences using spaced repetition.

Try VerbPal Free

How to Conjugate "aanbieden" in the Present Perfect Tense

Voltooid tegenwoordige tijd Completed actions with present relevance
Person English Conjugation
ik I heb aangeboden
jij/je you (informal) hebt aangeboden
hij/zij/het he/she/it heeft aangeboden
wij/we we hebben aangeboden
jullie you all hebben aangeboden
zij/ze they hebben aangeboden
Hij heeft een baan aangeboden.
He has offered a job.

How to Conjugate "aanbieden" in the Past Perfect Tense

Voltooid verleden tijd Actions completed before another past action
Person English Conjugation
ik I had aangeboden
jij/je you (informal) had aangeboden
hij/zij/het he/she/it had aangeboden
wij/we we hadden aangeboden
jullie you all hadden aangeboden
zij/ze they hadden aangeboden
Hij had een baan aangeboden.
He had offered a job.

How to Conjugate "aanbieden" in the Future Tense

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd Actions that will happen
Person English Conjugation
ik I zal aanbieden
jij/je you (informal) zult aanbieden
hij/zij/het he/she/it zal aanbieden
wij/we we zullen aanbieden
jullie you all zullen aanbieden
zij/ze they zullen aanbieden
Hij zal zijn excuses aanbieden.
He will offer his apologies.

How to Conjugate "aanbieden" in the Conditional Tense

Onvoltooid verleden toekomende tijd Hypothetical situations and polite requests
Person English Conjugation
ik I zou aanbieden
jij/je you (informal) zou aanbieden
hij/zij/het he/she/it zou aanbieden
wij/we we zouden aanbieden
jullie you all zouden aanbieden
zij/ze they zouden aanbieden
Hij zou een baan aanbieden.
He would offer a job.

Frequently Asked Questions About "aanbieden"

Is "aanbieden" regular or irregular in Dutch?
"Aanbieden" is an irregular Dutch verb, meaning its conjugation does not follow standard patterns and must be memorized individually.
What does "aanbieden" mean in English?
The Dutch verb "aanbieden" means "to offer" in English.
How do you conjugate "aanbieden" in the present tense?
In the present tense (Onvoltooid tegenwoordige tijd): ik → bied aan, jij/je → biedt aan, hij/zij/het → biedt aan, wij/we → bieden aan, jullie → bieden aan, zij/ze → bieden aan.
How many tenses does "aanbieden" have in Dutch?
"Aanbieden" is conjugated across 6 tenses in Dutch: Present, Simple Past, Present Perfect, Past Perfect, Future, Conditional.

Master Dutch verbs for real

Stop memorizing tables. Start speaking with confidence.

Try VerbPal Free

7-day free trial. Cancel anytime.