aangeven

to indicate, to hand over

Dutch Irregular

The Dutch verb "aangeven" means "to indicate, to hand over" in English. It is an irregular verb. Below you'll find the complete conjugation tables for "aangeven" across all 6 tenses.

How to Conjugate "aangeven" in the Present Tense

Onvoltooid tegenwoordige tijd Actions happening now or regularly
Person English Conjugation
ik I geef aan
jij/je you (informal) geeft aan
hij/zij/het he/she/it geeft aan
wij/we we geven aan
jullie you all geven aan
zij/ze they geven aan

How to Conjugate "aangeven" in the Simple Past Tense

Onvoltooid verleden tijd Completed actions in the past
Person English Conjugation
ik I gaf aan
jij/je you (informal) gaf aan
hij/zij/het he/she/it gaf aan
wij/we we gaven aan
jullie you all gaven aan
zij/ze they gaven aan

Want to actually remember these?

VerbPal drills "aangeven" in real Dutch sentences using spaced repetition.

Try VerbPal Free

How to Conjugate "aangeven" in the Present Perfect Tense

Voltooid tegenwoordige tijd Completed actions with present relevance
Person English Conjugation
ik I heb aangegeven
jij/je you (informal) hebt aangegeven
hij/zij/het he/she/it heeft aangegeven
wij/we we hebben aangegeven
jullie you all hebben aangegeven
zij/ze they hebben aangegeven

How to Conjugate "aangeven" in the Past Perfect Tense

Voltooid verleden tijd Actions completed before another past action
Person English Conjugation
ik I had aangegeven
jij/je you (informal) had aangegeven
hij/zij/het he/she/it had aangegeven
wij/we we hadden aangegeven
jullie you all hadden aangegeven
zij/ze they hadden aangegeven

How to Conjugate "aangeven" in the Future Tense

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd Actions that will happen
Person English Conjugation
ik I zal aangeven
jij/je you (informal) zult aangeven
hij/zij/het he/she/it zal aangeven
wij/we we zullen aangeven
jullie you all zullen aangeven
zij/ze they zullen aangeven

How to Conjugate "aangeven" in the Conditional Tense

Onvoltooid verleden toekomende tijd Hypothetical situations and polite requests
Person English Conjugation
ik I zou aangeven
jij/je you (informal) zou aangeven
hij/zij/het he/she/it zou aangeven
wij/we we zouden aangeven
jullie you all zouden aangeven
zij/ze they zouden aangeven

Frequently Asked Questions About "aangeven"

Is "aangeven" regular or irregular in Dutch?
"Aangeven" is an irregular Dutch verb, meaning its conjugation does not follow standard patterns and must be memorized individually.
What does "aangeven" mean in English?
The Dutch verb "aangeven" means "to indicate, to hand over" in English.
How do you conjugate "aangeven" in the present tense?
In the present tense (Onvoltooid tegenwoordige tijd): ik → geef aan, jij/je → geeft aan, hij/zij/het → geeft aan, wij/we → geven aan, jullie → geven aan, zij/ze → geven aan.
How many tenses does "aangeven" have in Dutch?
"Aangeven" is conjugated across 6 tenses in Dutch: Present, Simple Past, Present Perfect, Past Perfect, Future, Conditional.

Master Dutch verbs for real

Stop memorizing tables. Start speaking with confidence.

Try VerbPal Free

7-day free trial. Cancel anytime.