aannemen

to assume, to accept

Dutch Irregular

The Dutch verb "aannemen" means "to assume, to accept" in English. It is an irregular verb. Below you'll find the complete conjugation tables for "aannemen" across all 6 tenses.

How to Conjugate "aannemen" in the Present Tense

Onvoltooid tegenwoordige tijd Actions happening now or regularly
Person English Conjugation
ik I neem aan
jij/je you (informal) neemt aan
hij/zij/het he/she/it neemt aan
wij/we we nemen aan
jullie you all nemen aan
zij/ze they nemen aan
Hij neemt de telefoon aan met een glimlach.
He answers the phone with a smile.

How to Conjugate "aannemen" in the Simple Past Tense

Onvoltooid verleden tijd Completed actions in the past
Person English Conjugation
ik I nam aan
jij/je you (informal) nam aan
hij/zij/het he/she/it nam aan
wij/we we namen aan
jullie you all namen aan
zij/ze they namen aan
Hij nam de uitnodiging aan voor het feest.
He accepted the invitation for the party.

Want to actually remember these?

VerbPal drills "aannemen" in real Dutch sentences using spaced repetition.

Try VerbPal Free

How to Conjugate "aannemen" in the Present Perfect Tense

Voltooid tegenwoordige tijd Completed actions with present relevance
Person English Conjugation
ik I heb aangenomen
jij/je you (informal) hebt aangenomen
hij/zij/het he/she/it heeft aangenomen
wij/we we hebben aangenomen
jullie you all hebben aangenomen
zij/ze they hebben aangenomen
Hij heeft de nieuwe baan aangenomen.
He has accepted the new job.

How to Conjugate "aannemen" in the Past Perfect Tense

Voltooid verleden tijd Actions completed before another past action
Person English Conjugation
ik I had aangenomen
jij/je you (informal) had aangenomen
hij/zij/het he/she/it had aangenomen
wij/we we hadden aangenomen
jullie you all hadden aangenomen
zij/ze they hadden aangenomen
Hij had de baan aangenomen.
He had accepted the job.

How to Conjugate "aannemen" in the Future Tense

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd Actions that will happen
Person English Conjugation
ik I zal aannemen
jij/je you (informal) zult aannemen
hij/zij/het he/she/it zal aannemen
wij/we we zullen aannemen
jullie you all zullen aannemen
zij/ze they zullen aannemen
Hij zal de telefoon tijdens de lunch aannemen.
He will answer (pick up) the phone during lunch.

How to Conjugate "aannemen" in the Conditional Tense

Onvoltooid verleden toekomende tijd Hypothetical situations and polite requests
Person English Conjugation
ik I zou aannemen
jij/je you (informal) zou aannemen
hij/zij/het he/she/it zou aannemen
wij/we we zouden aannemen
jullie you all zouden aannemen
zij/ze they zouden aannemen
Hij zou de telefoon aannemen.
He would answer the phone.

Frequently Asked Questions About "aannemen"

Is "aannemen" regular or irregular in Dutch?
"Aannemen" is an irregular Dutch verb, meaning its conjugation does not follow standard patterns and must be memorized individually.
What does "aannemen" mean in English?
The Dutch verb "aannemen" means "to assume, to accept" in English.
How do you conjugate "aannemen" in the present tense?
In the present tense (Onvoltooid tegenwoordige tijd): ik → neem aan, jij/je → neemt aan, hij/zij/het → neemt aan, wij/we → nemen aan, jullie → nemen aan, zij/ze → nemen aan.
How many tenses does "aannemen" have in Dutch?
"Aannemen" is conjugated across 6 tenses in Dutch: Present, Simple Past, Present Perfect, Past Perfect, Future, Conditional.

Master Dutch verbs for real

Stop memorizing tables. Start speaking with confidence.

Try VerbPal Free

7-day free trial. Cancel anytime.