aanvaarden

to accept

Dutch Regular

The Dutch verb "aanvaarden" means "to accept" in English. It is a regular verb. Below you'll find the complete conjugation tables for "aanvaarden" across all 6 tenses.

How to Conjugate "aanvaarden" in the Present Tense

Onvoltooid tegenwoordige tijd Actions happening now or regularly
Person English Conjugation
ik I aanvaard
jij/je you (informal) aanvaardt
hij/zij/het he/she/it aanvaardt
wij/we we aanvaarden
jullie you all aanvaarden
zij/ze they aanvaarden
Hij aanvaardt het aanbod graag.
He accepts the offer gladly.

How to Conjugate "aanvaarden" in the Simple Past Tense

Onvoltooid verleden tijd Completed actions in the past
Person English Conjugation
ik I aanvaardde
jij/je you (informal) aanvaardde
hij/zij/het he/she/it aanvaardde
wij/we we aanvaardden
jullie you all aanvaardden
zij/ze they aanvaardden
Hij aanvaardde de uitnodiging voor het feest.
He accepted the invitation to the party.

Want to actually remember these?

VerbPal drills "aanvaarden" in real Dutch sentences using spaced repetition.

Try VerbPal Free

How to Conjugate "aanvaarden" in the Present Perfect Tense

Voltooid tegenwoordige tijd Completed actions with present relevance
Person English Conjugation
ik I heb aanvaard
jij/je you (informal) hebt aanvaard
hij/zij/het he/she/it heeft aanvaard
wij/we we hebben aanvaard
jullie you all hebben aanvaard
zij/ze they hebben aanvaard
Hij heeft de hulp aanvaard.
He has accepted the help.

How to Conjugate "aanvaarden" in the Past Perfect Tense

Voltooid verleden tijd Actions completed before another past action
Person English Conjugation
ik I had aanvaard
jij/je you (informal) had aanvaard
hij/zij/het he/she/it had aanvaard
wij/we we hadden aanvaard
jullie you all hadden aanvaard
zij/ze they hadden aanvaard
Hij had de hulp aanvaard.
He had accepted the help.

How to Conjugate "aanvaarden" in the Future Tense

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd Actions that will happen
Person English Conjugation
ik I zal aanvaarden
jij/je you (informal) zult aanvaarden
hij/zij/het he/she/it zal aanvaarden
wij/we we zullen aanvaarden
jullie you all zullen aanvaarden
zij/ze they zullen aanvaarden
Hij zal de uitnodiging aanvaarden.
He will accept the invitation.

How to Conjugate "aanvaarden" in the Conditional Tense

Onvoltooid verleden toekomende tijd Hypothetical situations and polite requests
Person English Conjugation
ik I zou aanvaarden
jij/je you (informal) zou aanvaarden
hij/zij/het he/she/it zou aanvaarden
wij/we we zouden aanvaarden
jullie you all zouden aanvaarden
zij/ze they zouden aanvaarden
Hij zou de uitnodiging aanvaarden.
He would accept the invitation.

Frequently Asked Questions About "aanvaarden"

Is "aanvaarden" regular or irregular in Dutch?
"Aanvaarden" is a regular Dutch verb that follows standard conjugation patterns for its verb group.
What does "aanvaarden" mean in English?
The Dutch verb "aanvaarden" means "to accept" in English.
How do you conjugate "aanvaarden" in the present tense?
In the present tense (Onvoltooid tegenwoordige tijd): ik → aanvaard, jij/je → aanvaardt, hij/zij/het → aanvaardt, wij/we → aanvaarden, jullie → aanvaarden, zij/ze → aanvaarden.
How many tenses does "aanvaarden" have in Dutch?
"Aanvaarden" is conjugated across 6 tenses in Dutch: Present, Simple Past, Present Perfect, Past Perfect, Future, Conditional.

Master Dutch verbs for real

Stop memorizing tables. Start speaking with confidence.

Try VerbPal Free

7-day free trial. Cancel anytime.