🇳🇱 annuleren

to cancel

Dutch Regular

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd Actions happening now or regularly
Person English Conjugation
ik I annuleer
jij/je you (informal) annuleert
hij/zij/het he/she/it annuleert
wij/we we annuleren
jullie you all annuleren
zij/ze they annuleren

Simple Past

Onvoltooid verleden tijd Completed actions in the past
Person English Conjugation
ik I annuleerde
jij/je you (informal) annuleerde
hij/zij/het he/she/it annuleerde
wij/we we annuleerden
jullie you all annuleerden
zij/ze they annuleerden

Want to actually remember these?

VerbPal drills "annuleren" in real Dutch sentences using spaced repetition.

Try VerbPal Free

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd Completed actions with present relevance
Person English Conjugation
ik I heb geannuleerd
jij/je you (informal) hebt geannuleerd
hij/zij/het he/she/it heeft geannuleerd
wij/we we hebben geannuleerd
jullie you all hebben geannuleerd
zij/ze they hebben geannuleerd

Past Perfect

Voltooid verleden tijd Actions completed before another past action
Person English Conjugation
ik I had geannuleerd
jij/je you (informal) had geannuleerd
hij/zij/het he/she/it had geannuleerd
wij/we we hadden geannuleerd
jullie you all hadden geannuleerd
zij/ze they hadden geannuleerd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd Actions that will happen
Person English Conjugation
ik I zal annuleren
jij/je you (informal) zult annuleren
hij/zij/het he/she/it zal annuleren
wij/we we zullen annuleren
jullie you all zullen annuleren
zij/ze they zullen annuleren

Conditional

Onvoltooid verleden toekomende tijd Hypothetical situations and polite requests
Person English Conjugation
ik I zou annuleren
jij/je you (informal) zou annuleren
hij/zij/het he/she/it zou annuleren
wij/we we zouden annuleren
jullie you all zouden annuleren
zij/ze they zouden annuleren

Master Dutch verbs for real

Stop memorizing tables. Start speaking with confidence.

Try VerbPal Free

7-day free trial. Cancel anytime.