annuleren

to cancel

Dutch Regular

The Dutch verb "annuleren" means "to cancel" in English. It is a regular verb. Below you'll find the complete conjugation tables for "annuleren" across all 6 tenses.

How to Conjugate "annuleren" in the Present Tense

Onvoltooid tegenwoordige tijd Actions happening now or regularly
Person English Conjugation
ik I annuleer
jij/je you (informal) annuleert
hij/zij/het he/she/it annuleert
wij/we we annuleren
jullie you all annuleren
zij/ze they annuleren
Hij annuleert de reservering snel.
He is canceling the reservation quickly.

How to Conjugate "annuleren" in the Simple Past Tense

Onvoltooid verleden tijd Completed actions in the past
Person English Conjugation
ik I annuleerde
jij/je you (informal) annuleerde
hij/zij/het he/she/it annuleerde
wij/we we annuleerden
jullie you all annuleerden
zij/ze they annuleerden
Hij annuleerde de reservering voor het diner.
He canceled the reservation for dinner.

Want to actually remember these?

VerbPal drills "annuleren" in real Dutch sentences using spaced repetition.

Try VerbPal Free

How to Conjugate "annuleren" in the Present Perfect Tense

Voltooid tegenwoordige tijd Completed actions with present relevance
Person English Conjugation
ik I heb geannuleerd
jij/je you (informal) hebt geannuleerd
hij/zij/het he/she/it heeft geannuleerd
wij/we we hebben geannuleerd
jullie you all hebben geannuleerd
zij/ze they hebben geannuleerd
Hij heeft de reservering geannuleerd.
He has cancelled the reservation.

How to Conjugate "annuleren" in the Past Perfect Tense

Voltooid verleden tijd Actions completed before another past action
Person English Conjugation
ik I had geannuleerd
jij/je you (informal) had geannuleerd
hij/zij/het he/she/it had geannuleerd
wij/we we hadden geannuleerd
jullie you all hadden geannuleerd
zij/ze they hadden geannuleerd
Hij had de reservering geannuleerd.
He had canceled the reservation.

How to Conjugate "annuleren" in the Future Tense

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd Actions that will happen
Person English Conjugation
ik I zal annuleren
jij/je you (informal) zult annuleren
hij/zij/het he/she/it zal annuleren
wij/we we zullen annuleren
jullie you all zullen annuleren
zij/ze they zullen annuleren
Hij zal het feest annuleren.
He will cancel the party.

How to Conjugate "annuleren" in the Conditional Tense

Onvoltooid verleden toekomende tijd Hypothetical situations and polite requests
Person English Conjugation
ik I zou annuleren
jij/je you (informal) zou annuleren
hij/zij/het he/she/it zou annuleren
wij/we we zouden annuleren
jullie you all zouden annuleren
zij/ze they zouden annuleren
Hij zou het feest annuleren.
He would cancel the party.

Frequently Asked Questions About "annuleren"

Is "annuleren" regular or irregular in Dutch?
"Annuleren" is a regular Dutch verb that follows standard conjugation patterns for its verb group.
What does "annuleren" mean in English?
The Dutch verb "annuleren" means "to cancel" in English.
How do you conjugate "annuleren" in the present tense?
In the present tense (Onvoltooid tegenwoordige tijd): ik → annuleer, jij/je → annuleert, hij/zij/het → annuleert, wij/we → annuleren, jullie → annuleren, zij/ze → annuleren.
How many tenses does "annuleren" have in Dutch?
"Annuleren" is conjugated across 6 tenses in Dutch: Present, Simple Past, Present Perfect, Past Perfect, Future, Conditional.

Master Dutch verbs for real

Stop memorizing tables. Start speaking with confidence.

Try VerbPal Free

7-day free trial. Cancel anytime.