beginnen

to begin

Dutch Irregular

The Dutch verb "beginnen" means "to begin" in English. It is an irregular verb. Below you'll find the complete conjugation tables for "beginnen" across all 6 tenses.

How to Conjugate "beginnen" in the Present Tense

Onvoltooid tegenwoordige tijd Actions happening now or regularly
Person English Conjugation
ik I begin
jij/je you (informal) begint
hij/zij/het he/she/it begint
wij/we we beginnen
jullie you all beginnen
zij/ze they beginnen
Hij begint aan een spannend nieuw boek.
He is starting an exciting new book.

How to Conjugate "beginnen" in the Simple Past Tense

Onvoltooid verleden tijd Completed actions in the past
Person English Conjugation
ik I begon
jij/je you (informal) begon
hij/zij/het he/she/it begon
wij/we we begonnen
jullie you all begonnen
zij/ze they begonnen
Hij begon de dag met koffie.
He began the day with coffee.

Want to actually remember these?

VerbPal drills "beginnen" in real Dutch sentences using spaced repetition.

Try VerbPal Free

How to Conjugate "beginnen" in the Present Perfect Tense

Voltooid tegenwoordige tijd Completed actions with present relevance
Person English Conjugation
ik I ben begonnen
jij/je you (informal) bent begonnen
hij/zij/het he/she/it is begonnen
wij/we we zijn begonnen
jullie you all zijn begonnen
zij/ze they zijn begonnen
Hij is met de film begonnen.
He has started the movie.

How to Conjugate "beginnen" in the Past Perfect Tense

Voltooid verleden tijd Actions completed before another past action
Person English Conjugation
ik I was begonnen
jij/je you (informal) was begonnen
hij/zij/het he/she/it was begonnen
wij/we we waren begonnen
jullie you all waren begonnen
zij/ze they waren begonnen
Hij was met het werk begonnen.
He had started the work.

How to Conjugate "beginnen" in the Future Tense

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd Actions that will happen
Person English Conjugation
ik I zal beginnen
jij/je you (informal) zult beginnen
hij/zij/het he/she/it zal beginnen
wij/we we zullen beginnen
jullie you all zullen beginnen
zij/ze they zullen beginnen
Hij zal met het werk beginnen.
He will begin with the work.

How to Conjugate "beginnen" in the Conditional Tense

Onvoltooid verleden toekomende tijd Hypothetical situations and polite requests
Person English Conjugation
ik I zou beginnen
jij/je you (informal) zou beginnen
hij/zij/het he/she/it zou beginnen
wij/we we zouden beginnen
jullie you all zouden beginnen
zij/ze they zouden beginnen
Hij zou aan de studie beginnen.
He would start the study.

Frequently Asked Questions About "beginnen"

Is "beginnen" regular or irregular in Dutch?
"Beginnen" is an irregular Dutch verb, meaning its conjugation does not follow standard patterns and must be memorized individually.
What does "beginnen" mean in English?
The Dutch verb "beginnen" means "to begin" in English.
How do you conjugate "beginnen" in the present tense?
In the present tense (Onvoltooid tegenwoordige tijd): ik → begin, jij/je → begint, hij/zij/het → begint, wij/we → beginnen, jullie → beginnen, zij/ze → beginnen.
How many tenses does "beginnen" have in Dutch?
"Beginnen" is conjugated across 6 tenses in Dutch: Present, Simple Past, Present Perfect, Past Perfect, Future, Conditional.

Master Dutch verbs for real

Stop memorizing tables. Start speaking with confidence.

Try VerbPal Free

7-day free trial. Cancel anytime.