heten

to be called

Dutch Irregular

The Dutch verb "heten" means "to be called" in English. It is an irregular verb. Below you'll find the complete conjugation tables for "heten" across all 6 tenses.

How to Conjugate "heten" in the Present Tense

Onvoltooid tegenwoordige tijd Actions happening now or regularly
Person English Conjugation
ik I heet
jij/je you (informal) heet
hij/zij/het he/she/it heet
wij/we we heten
jullie you all heten
zij/ze they heten
Hij heet meneer De Vries.
He is called Mr. De Vries.

How to Conjugate "heten" in the Simple Past Tense

Onvoltooid verleden tijd Completed actions in the past
Person English Conjugation
ik I heette
jij/je you (informal) heette
hij/zij/het he/she/it heette
wij/we we heetten
jullie you all heetten
zij/ze they heetten
Hij heette vroeger Jan van Dijk.
He used to be called Jan van Dijk.

Want to actually remember these?

VerbPal drills "heten" in real Dutch sentences using spaced repetition.

Try VerbPal Free

How to Conjugate "heten" in the Present Perfect Tense

Voltooid tegenwoordige tijd Completed actions with present relevance
Person English Conjugation
ik I heb geheten
jij/je you (informal) hebt geheten
hij/zij/het he/she/it heeft geheten
wij/we we hebben geheten
jullie you all hebben geheten
zij/ze they hebben geheten
Hij heeft in het boek zo geheten.
He has been called that in the book.

How to Conjugate "heten" in the Past Perfect Tense

Voltooid verleden tijd Actions completed before another past action
Person English Conjugation
ik I had geheten
jij/je you (informal) had geheten
hij/zij/het he/she/it had geheten
wij/we we hadden geheten
jullie you all hadden geheten
zij/ze they hadden geheten
Hij had in het boek zo geheten.
He had been called that in the book.

How to Conjugate "heten" in the Future Tense

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd Actions that will happen
Person English Conjugation
ik I zal heten
jij/je you (informal) zult heten
hij/zij/het he/she/it zal heten
wij/we we zullen heten
jullie you all zullen heten
zij/ze they zullen heten
Hij zal zo heten.
He will be called so.

How to Conjugate "heten" in the Conditional Tense

Onvoltooid verleden toekomende tijd Hypothetical situations and polite requests
Person English Conjugation
ik I zou heten
jij/je you (informal) zou heten
hij/zij/het he/she/it zou heten
wij/we we zouden heten
jullie you all zouden heten
zij/ze they zouden heten
Hij zou ook zo heten.
He would also be called that.

Frequently Asked Questions About "heten"

Is "heten" regular or irregular in Dutch?
"Heten" is an irregular Dutch verb, meaning its conjugation does not follow standard patterns and must be memorized individually.
What does "heten" mean in English?
The Dutch verb "heten" means "to be called" in English.
How do you conjugate "heten" in the present tense?
In the present tense (Onvoltooid tegenwoordige tijd): ik → heet, jij/je → heet, hij/zij/het → heet, wij/we → heten, jullie → heten, zij/ze → heten.
How many tenses does "heten" have in Dutch?
"Heten" is conjugated across 6 tenses in Dutch: Present, Simple Past, Present Perfect, Past Perfect, Future, Conditional.

Master Dutch verbs for real

Stop memorizing tables. Start speaking with confidence.

Try VerbPal Free

7-day free trial. Cancel anytime.