neerleggen

to lay down, to deposit

Dutch Regular

The Dutch verb "neerleggen" means "to lay down, to deposit" in English. It is a regular verb. Below you'll find the complete conjugation tables for "neerleggen" across all 6 tenses.

How to Conjugate "neerleggen" in the Present Tense

Onvoltooid tegenwoordige tijd Actions happening now or regularly
Person English Conjugation
ik I leg neer
jij/je you (informal) legt neer
hij/zij/het he/she/it legt neer
wij/we we leggen neer
jullie you all leggen neer
zij/ze they leggen neer

How to Conjugate "neerleggen" in the Simple Past Tense

Onvoltooid verleden tijd Completed actions in the past
Person English Conjugation
ik I legde neer
jij/je you (informal) legde neer
hij/zij/het he/she/it legde neer
wij/we we legden neer
jullie you all legden neer
zij/ze they legden neer

Want to actually remember these?

VerbPal drills "neerleggen" in real Dutch sentences using spaced repetition.

Try VerbPal Free

How to Conjugate "neerleggen" in the Present Perfect Tense

Voltooid tegenwoordige tijd Completed actions with present relevance
Person English Conjugation
ik I heb neergelegd
jij/je you (informal) hebt neergelegd
hij/zij/het he/she/it heeft neergelegd
wij/we we hebben neergelegd
jullie you all hebben neergelegd
zij/ze they hebben neergelegd

How to Conjugate "neerleggen" in the Past Perfect Tense

Voltooid verleden tijd Actions completed before another past action
Person English Conjugation
ik I had neergelegd
jij/je you (informal) had neergelegd
hij/zij/het he/she/it had neergelegd
wij/we we hadden neergelegd
jullie you all hadden neergelegd
zij/ze they hadden neergelegd

How to Conjugate "neerleggen" in the Future Tense

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd Actions that will happen
Person English Conjugation
ik I zal neerleggen
jij/je you (informal) zult neerleggen
hij/zij/het he/she/it zal neerleggen
wij/we we zullen neerleggen
jullie you all zullen neerleggen
zij/ze they zullen neerleggen

How to Conjugate "neerleggen" in the Conditional Tense

Onvoltooid verleden toekomende tijd Hypothetical situations and polite requests
Person English Conjugation
ik I zou neerleggen
jij/je you (informal) zou neerleggen
hij/zij/het he/she/it zou neerleggen
wij/we we zouden neerleggen
jullie you all zouden neerleggen
zij/ze they zouden neerleggen

Frequently Asked Questions About "neerleggen"

Is "neerleggen" regular or irregular in Dutch?
"Neerleggen" is a regular Dutch verb that follows standard conjugation patterns for its verb group.
What does "neerleggen" mean in English?
The Dutch verb "neerleggen" means "to lay down, to deposit" in English.
How do you conjugate "neerleggen" in the present tense?
In the present tense (Onvoltooid tegenwoordige tijd): ik → leg neer, jij/je → legt neer, hij/zij/het → legt neer, wij/we → leggen neer, jullie → leggen neer, zij/ze → leggen neer.
How many tenses does "neerleggen" have in Dutch?
"Neerleggen" is conjugated across 6 tenses in Dutch: Present, Simple Past, Present Perfect, Past Perfect, Future, Conditional.

Master Dutch verbs for real

Stop memorizing tables. Start speaking with confidence.

Try VerbPal Free

7-day free trial. Cancel anytime.