programmeren

to program

Dutch Regular

The Dutch verb "programmeren" means "to program" in English. It is a regular verb. Below you'll find the complete conjugation tables for "programmeren" across all 6 tenses.

How to Conjugate "programmeren" in the Present Tense

Onvoltooid tegenwoordige tijd Actions happening now or regularly
Person English Conjugation
ik I programmeer
jij/je you (informal) programmeert
hij/zij/het he/she/it programmeert
wij/we we programmeren
jullie you all programmeren
zij/ze they programmeren

How to Conjugate "programmeren" in the Simple Past Tense

Onvoltooid verleden tijd Completed actions in the past
Person English Conjugation
ik I programmeerde
jij/je you (informal) programmeerde
hij/zij/het he/she/it programmeerde
wij/we we programmeerden
jullie you all programmeerden
zij/ze they programmeerden

Want to actually remember these?

VerbPal drills "programmeren" in real Dutch sentences using spaced repetition.

Try VerbPal Free

How to Conjugate "programmeren" in the Present Perfect Tense

Voltooid tegenwoordige tijd Completed actions with present relevance
Person English Conjugation
ik I heb geprogrammeerd
jij/je you (informal) hebt geprogrammeerd
hij/zij/het he/she/it heeft geprogrammeerd
wij/we we hebben geprogrammeerd
jullie you all hebben geprogrammeerd
zij/ze they hebben geprogrammeerd

How to Conjugate "programmeren" in the Past Perfect Tense

Voltooid verleden tijd Actions completed before another past action
Person English Conjugation
ik I had geprogrammeerd
jij/je you (informal) had geprogrammeerd
hij/zij/het he/she/it had geprogrammeerd
wij/we we hadden geprogrammeerd
jullie you all hadden geprogrammeerd
zij/ze they hadden geprogrammeerd

How to Conjugate "programmeren" in the Future Tense

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd Actions that will happen
Person English Conjugation
ik I zal programmeren
jij/je you (informal) zult programmeren
hij/zij/het he/she/it zal programmeren
wij/we we zullen programmeren
jullie you all zullen programmeren
zij/ze they zullen programmeren

How to Conjugate "programmeren" in the Conditional Tense

Onvoltooid verleden toekomende tijd Hypothetical situations and polite requests
Person English Conjugation
ik I zou programmeren
jij/je you (informal) zou programmeren
hij/zij/het he/she/it zou programmeren
wij/we we zouden programmeren
jullie you all zouden programmeren
zij/ze they zouden programmeren

Frequently Asked Questions About "programmeren"

Is "programmeren" regular or irregular in Dutch?
"Programmeren" is a regular Dutch verb that follows standard conjugation patterns for its verb group.
What does "programmeren" mean in English?
The Dutch verb "programmeren" means "to program" in English.
How do you conjugate "programmeren" in the present tense?
In the present tense (Onvoltooid tegenwoordige tijd): ik → programmeer, jij/je → programmeert, hij/zij/het → programmeert, wij/we → programmeren, jullie → programmeren, zij/ze → programmeren.
How many tenses does "programmeren" have in Dutch?
"Programmeren" is conjugated across 6 tenses in Dutch: Present, Simple Past, Present Perfect, Past Perfect, Future, Conditional.

Master Dutch verbs for real

Stop memorizing tables. Start speaking with confidence.

Try VerbPal Free

7-day free trial. Cancel anytime.