🇳🇱 trekken

to pull, to draw

Dutch Irregular

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd Actions happening now or regularly
Person English Conjugation
ik I trek
jij/je you (informal) trekt
hij/zij/het he/she/it trekt
wij/we we trekken
jullie you all trekken
zij/ze they trekken

Simple Past

Onvoltooid verleden tijd Completed actions in the past
Person English Conjugation
ik I trok
jij/je you (informal) trok
hij/zij/het he/she/it trok
wij/we we trokken
jullie you all trokken
zij/ze they trokken

Want to actually remember these?

VerbPal drills "trekken" in real Dutch sentences using spaced repetition.

Try VerbPal Free

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd Completed actions with present relevance
Person English Conjugation
ik I heb getrokken
jij/je you (informal) hebt getrokken
hij/zij/het he/she/it heeft getrokken
wij/we we hebben getrokken
jullie you all hebben getrokken
zij/ze they hebben getrokken

Past Perfect

Voltooid verleden tijd Actions completed before another past action
Person English Conjugation
ik I had getrokken
jij/je you (informal) had getrokken
hij/zij/het he/she/it had getrokken
wij/we we hadden getrokken
jullie you all hadden getrokken
zij/ze they hadden getrokken

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd Actions that will happen
Person English Conjugation
ik I zal trekken
jij/je you (informal) zult trekken
hij/zij/het he/she/it zal trekken
wij/we we zullen trekken
jullie you all zullen trekken
zij/ze they zullen trekken

Conditional

Onvoltooid verleden toekomende tijd Hypothetical situations and polite requests
Person English Conjugation
ik I zou trekken
jij/je you (informal) zou trekken
hij/zij/het he/she/it zou trekken
wij/we we zouden trekken
jullie you all zouden trekken
zij/ze they zouden trekken

Master Dutch verbs for real

Stop memorizing tables. Start speaking with confidence.

Try VerbPal Free

7-day free trial. Cancel anytime.