vangen

to catch

Dutch Irregular

The Dutch verb "vangen" means "to catch" in English. It is an irregular verb. Below you'll find the complete conjugation tables for "vangen" across all 6 tenses.

How to Conjugate "vangen" in the Present Tense

Onvoltooid tegenwoordige tijd Actions happening now or regularly
Person English Conjugation
ik I vang
jij/je you (informal) vangt
hij/zij/het he/she/it vangt
wij/we we vangen
jullie you all vangen
zij/ze they vangen
Zij vangt de muis in de keuken.
She catches the mouse in the kitchen.

How to Conjugate "vangen" in the Simple Past Tense

Onvoltooid verleden tijd Completed actions in the past
Person English Conjugation
ik I ving
jij/je you (informal) ving
hij/zij/het he/she/it ving
wij/we we vingen
jullie you all vingen
zij/ze they vingen
Hij ving de trein op het laatste moment.
He caught the train at the last moment.

Want to actually remember these?

VerbPal drills "vangen" in real Dutch sentences using spaced repetition.

Try VerbPal Free

How to Conjugate "vangen" in the Present Perfect Tense

Voltooid tegenwoordige tijd Completed actions with present relevance
Person English Conjugation
ik I heb gevangen
jij/je you (informal) hebt gevangen
hij/zij/het he/she/it heeft gevangen
wij/we we hebben gevangen
jullie you all hebben gevangen
zij/ze they hebben gevangen
Hij heeft de muis gevangen.
He has caught the mouse.

How to Conjugate "vangen" in the Past Perfect Tense

Voltooid verleden tijd Actions completed before another past action
Person English Conjugation
ik I had gevangen
jij/je you (informal) had gevangen
hij/zij/het he/she/it had gevangen
wij/we we hadden gevangen
jullie you all hadden gevangen
zij/ze they hadden gevangen
Zij had de muis gevangen.
She had caught the mouse.

How to Conjugate "vangen" in the Future Tense

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd Actions that will happen
Person English Conjugation
ik I zal vangen
jij/je you (informal) zult vangen
hij/zij/het he/she/it zal vangen
wij/we we zullen vangen
jullie you all zullen vangen
zij/ze they zullen vangen
Hij zal de vis vangen.
He will catch the fish.

How to Conjugate "vangen" in the Conditional Tense

Onvoltooid verleden toekomende tijd Hypothetical situations and polite requests
Person English Conjugation
ik I zou vangen
jij/je you (informal) zou vangen
hij/zij/het he/she/it zou vangen
wij/we we zouden vangen
jullie you all zouden vangen
zij/ze they zouden vangen
Zij zou de muis vangen.
She would catch the mouse.

Frequently Asked Questions About "vangen"

Is "vangen" regular or irregular in Dutch?
"Vangen" is an irregular Dutch verb, meaning its conjugation does not follow standard patterns and must be memorized individually.
What does "vangen" mean in English?
The Dutch verb "vangen" means "to catch" in English.
How do you conjugate "vangen" in the present tense?
In the present tense (Onvoltooid tegenwoordige tijd): ik → vang, jij/je → vangt, hij/zij/het → vangt, wij/we → vangen, jullie → vangen, zij/ze → vangen.
How many tenses does "vangen" have in Dutch?
"Vangen" is conjugated across 6 tenses in Dutch: Present, Simple Past, Present Perfect, Past Perfect, Future, Conditional.

Master Dutch verbs for real

Stop memorizing tables. Start speaking with confidence.

Try VerbPal Free

7-day free trial. Cancel anytime.