verliezen

to lose

Dutch Irregular

The Dutch verb "verliezen" means "to lose" in English. It is an irregular verb. Below you'll find the complete conjugation tables for "verliezen" across all 6 tenses.

How to Conjugate "verliezen" in the Present Tense

Onvoltooid tegenwoordige tijd Actions happening now or regularly
Person English Conjugation
ik I verlies
jij/je you (informal) verliest
hij/zij/het he/she/it verliest
wij/we we verliezen
jullie you all verliezen
zij/ze they verliezen
Hij verliest zijn geduld snel.
He loses his patience quickly.

How to Conjugate "verliezen" in the Simple Past Tense

Onvoltooid verleden tijd Completed actions in the past
Person English Conjugation
ik I verloor
jij/je you (informal) verloor
hij/zij/het he/she/it verloor
wij/we we verloren
jullie you all verloren
zij/ze they verloren
Hij verloor de wedstrijd door pech.
He lost the match due to bad luck.

Want to actually remember these?

VerbPal drills "verliezen" in real Dutch sentences using spaced repetition.

Try VerbPal Free

How to Conjugate "verliezen" in the Present Perfect Tense

Voltooid tegenwoordige tijd Completed actions with present relevance
Person English Conjugation
ik I heb verloren
jij/je you (informal) hebt verloren
hij/zij/het he/she/it heeft verloren
wij/we we hebben verloren
jullie you all hebben verloren
zij/ze they hebben verloren
Hij heeft zijn paspoort verloren.
He has lost his passport.

How to Conjugate "verliezen" in the Past Perfect Tense

Voltooid verleden tijd Actions completed before another past action
Person English Conjugation
ik I had verloren
jij/je you (informal) had verloren
hij/zij/het he/she/it had verloren
wij/we we hadden verloren
jullie you all hadden verloren
zij/ze they hadden verloren
Hij had zijn tas verloren.
He had lost his bag.

How to Conjugate "verliezen" in the Future Tense

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd Actions that will happen
Person English Conjugation
ik I zal verliezen
jij/je you (informal) zult verliezen
hij/zij/het he/she/it zal verliezen
wij/we we zullen verliezen
jullie you all zullen verliezen
zij/ze they zullen verliezen
Hij zal zijn geduld verliezen.
He will lose his patience.

How to Conjugate "verliezen" in the Conditional Tense

Onvoltooid verleden toekomende tijd Hypothetical situations and polite requests
Person English Conjugation
ik I zou verliezen
jij/je you (informal) zou verliezen
hij/zij/het he/she/it zou verliezen
wij/we we zouden verliezen
jullie you all zouden verliezen
zij/ze they zouden verliezen
Hij zou zijn geduld verliezen.
He would lose his patience.

Frequently Asked Questions About "verliezen"

Is "verliezen" regular or irregular in Dutch?
"Verliezen" is an irregular Dutch verb, meaning its conjugation does not follow standard patterns and must be memorized individually.
What does "verliezen" mean in English?
The Dutch verb "verliezen" means "to lose" in English.
How do you conjugate "verliezen" in the present tense?
In the present tense (Onvoltooid tegenwoordige tijd): ik → verlies, jij/je → verliest, hij/zij/het → verliest, wij/we → verliezen, jullie → verliezen, zij/ze → verliezen.
How many tenses does "verliezen" have in Dutch?
"Verliezen" is conjugated across 6 tenses in Dutch: Present, Simple Past, Present Perfect, Past Perfect, Future, Conditional.

Master Dutch verbs for real

Stop memorizing tables. Start speaking with confidence.

Try VerbPal Free

7-day free trial. Cancel anytime.