doorgeven

to pass on, to relay

Dutch Irregular

The Dutch verb "doorgeven" means "to pass on, to relay" in English. It is an irregular verb. Below you'll find the complete conjugation tables for "doorgeven" across all 6 tenses.

How to Conjugate "doorgeven" in the Present Tense

Onvoltooid tegenwoordige tijd Actions happening now or regularly
Person English Conjugation
ik I geef door
jij/je you (informal) geeft door
hij/zij/het he/she/it geeft door
wij/we we geven door
jullie you all geven door
zij/ze they geven door

How to Conjugate "doorgeven" in the Simple Past Tense

Onvoltooid verleden tijd Completed actions in the past
Person English Conjugation
ik I gaf door
jij/je you (informal) gaf door
hij/zij/het he/she/it gaf door
wij/we we gaven door
jullie you all gaven door
zij/ze they gaven door

Want to actually remember these?

VerbPal drills "doorgeven" in real Dutch sentences using spaced repetition.

Try VerbPal Free

How to Conjugate "doorgeven" in the Present Perfect Tense

Voltooid tegenwoordige tijd Completed actions with present relevance
Person English Conjugation
ik I heb doorgegeven
jij/je you (informal) hebt doorgegeven
hij/zij/het he/she/it heeft doorgegeven
wij/we we hebben doorgegeven
jullie you all hebben doorgegeven
zij/ze they hebben doorgegeven

How to Conjugate "doorgeven" in the Past Perfect Tense

Voltooid verleden tijd Actions completed before another past action
Person English Conjugation
ik I had doorgegeven
jij/je you (informal) had doorgegeven
hij/zij/het he/she/it had doorgegeven
wij/we we hadden doorgegeven
jullie you all hadden doorgegeven
zij/ze they hadden doorgegeven

How to Conjugate "doorgeven" in the Future Tense

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd Actions that will happen
Person English Conjugation
ik I zal doorgeven
jij/je you (informal) zult doorgeven
hij/zij/het he/she/it zal doorgeven
wij/we we zullen doorgeven
jullie you all zullen doorgeven
zij/ze they zullen doorgeven

How to Conjugate "doorgeven" in the Conditional Tense

Onvoltooid verleden toekomende tijd Hypothetical situations and polite requests
Person English Conjugation
ik I zou doorgeven
jij/je you (informal) zou doorgeven
hij/zij/het he/she/it zou doorgeven
wij/we we zouden doorgeven
jullie you all zouden doorgeven
zij/ze they zouden doorgeven

Frequently Asked Questions About "doorgeven"

Is "doorgeven" regular or irregular in Dutch?
"Doorgeven" is an irregular Dutch verb, meaning its conjugation does not follow standard patterns and must be memorized individually.
What does "doorgeven" mean in English?
The Dutch verb "doorgeven" means "to pass on, to relay" in English.
How do you conjugate "doorgeven" in the present tense?
In the present tense (Onvoltooid tegenwoordige tijd): ik → geef door, jij/je → geeft door, hij/zij/het → geeft door, wij/we → geven door, jullie → geven door, zij/ze → geven door.
How many tenses does "doorgeven" have in Dutch?
"Doorgeven" is conjugated across 6 tenses in Dutch: Present, Simple Past, Present Perfect, Past Perfect, Future, Conditional.

Master Dutch verbs for real

Stop memorizing tables. Start speaking with confidence.

Try VerbPal Free

7-day free trial. Cancel anytime.